Vierde reflectieblog 'Sander één en Sander twee (uit Enschede)'

Vierde reflectieblog 'Sander één en Sander twee (uit Enschede)'

''Het is het einde van de trein,
bijna geen mens hoeft er te zijn,
bijna geen hond gaat zover mee,
Enschede.”

Enschede en Willem Wilmink, overleden in 2003, ze blijven onverbrekelijk met elkaar verbonden.

Woensdag 2 november was ik de trouwe hond, die wél doorreisde tot Enschede. Want daar was de vierde aflevering van Jongerius on Tour, de reeks van vijf inspiratiebijeenkomsten over samenwerking tussen zorgverzekeraars en gemeenten. Locatie: gebouw Prismare, een modern wijkcentrum dat onderdak biedt aan een theater, scholen, sport & bewegen, zorg- en welzijnsvoorzieningen. Het hart van het nieuwe Roombeek. De vuurwerkramp, 13 mei 2000, nog op het netvlies gebrand. Weg Roombeek. Nogmaals Wilmink:

“Een buurt, die wel veel zorgen had,
maar die ook vol verhalen zat,
vol humor en gezelligheid
die buurt zijn we voor eeuwig kwijt (…).”

Tegenwoordig is het schitterend herbouwde Roombeek een bescheiden toeristische attractie, waaraan ook het Jongeriusvolk zich diende te laven. We werden er met liefde rondgeleid. Mocht u ooit vergeten uit te stappen in Deventer, Almelo of Hengelo, ga Roombeek zien!

Ter zake. Effectief samenwerken in de wijk. Dat was het thema van de middag. Behandeld volgens de geanimeerde Jongeriusformule: twee uur plenair, twee uur workshops. Het plenaire deel – ik heb de pen gedoopt in tranen – viel dit keer een tikje tegen. Al was een oefening in samenwerking waarin we ons moesten verplaatsen in huisarts, praktijkondersteuner, wijkverpleegkundige dan wel wijkteamlid best vermakelijk en leerzaam. Ook was ik oprecht onder de indruk van bestuursvoorzitter Ruben Wenselaar van Menzis, de zorgverzekeraar die ontving – samen met de gemeente Enschede. Hij sprak mooie woorden, uit het hoofd en in vloeiende volzinnen. Het ging onder andere over ‘leefkracht’, een woord op weg naar de Dikke van Dale - als het aan Menzis ligt. En over het slechten van grenzen tussen partijen in de zorg. “Voor bestuurders”, sprak hij, “is het een onvervreemdbare plicht om samenwerking te faciliteren. Echte samenwerking, waarbij je als het nodig is je eigen belang opzij schuift.”

Het zijn maar woorden, kun je denken. Maar ze kwamen uit het hart, hoorde ik na afloop goed geïnformeerde Jongeriusklanten bevestigen. De samenwerking met de gemeente Enschede? Die gaat “fantastisch”. Hetgeen wethouder Jurgen van Houdt volmondig beaamde. Ook hij sprak behartenswaardige woorden. Maar in zijn geval werd ik te veel afgeleid door de aarbeirode stropdas en de schitterende red suede shoes onder het strakke pak. Een jonge PvdA- of SP-bestuurder op weg naar de top? Nee, die regeren niet mee in het ooit zo rode Enschede. Hier was de ChristenUnie hip.

Maar wie niet sprak was de staatssecretaris, de trots van de programmering. Afgebeld, kort vooraf. Remplaçant Kees van der Burg, directeur-generaal, maakte er het beste van, maar nam de domper niet weg. Plots kreeg ik een doorgeving, zoals Juliana ze kreeg van Greet Hofmans. In mijn oor fluisterde vilein Willem Wilmink: “Staatssecretaris Van Rijn/kwam met de auto noch de trein/’t was te ver naar zijn idee/de reis naar Enschede.”

De ruime keuze aan workshops maakte veel, zo niet alles goed. Ik koos in de eerste ronde voor – houdt u vast: “Versterken van de sociale infrastructuur door samenspel tussen wijkverpleging, gemeenten en professionals.” Het ging in deze workshop over taken die niet te maken hebben met directe cliëntenzorg, maar met samenwerking in de wijk. Dus het leggen van lijntjes naar de wijkteams, het beschikbaar zijn voor vragen van het wijkteam en het ‘schakelen’ tussen zorgpartijen in de wijk. Dit alles met het doel het sociaal domein en het medisch domein effectief met elkaar te verbinden. Menzis voegde aan de bekostiging van de wijkverpleging een module sociale infrastructuur toe. Gemeenten krijgen van Menzis een royale stem in deze module, dus in de inkoop van niet-toewijsbare taken, in feite dus in de uren – de term ‘schakeluren’ maakte haar opwachting – voor samenwerking.

In de workshop zaten Sander 1 (wijkverpleegkundige) en Sander 2 (wijkcoach, chef van het wijkteam). Zij weten van samenwerken. Er werd verhaald van een eenzame oudere vrouw, die – nadat het contact was gelegd – op zoek bleek naar bezigheid. Meer precies: zij wilde graag naar het Leger des Heils, wanneer daar trompetmuziek werd gemaakt. Bij de eerste gelegenheid was het Sander 1 die haar bracht en haalde. Was dit niet juist een taak van het wijkteam, was een vraag uit de zaal. “Als iemand van ons het maar doet, want de huisarts zal het niet doen”, sprak Sander 2. Waaraan Sander 1 laconiek toevoegde, dat dit praktisch zo was uitgekomen - en dat het fijn was dat hij hiervoor schakeluren ter beschikking had. En het sprak vanzelf dat mevrouw bij volgend trompetgeschal door een vrijwilliger werd vervoerd.

Het klonk naar ongecompliceerde samenwerking. “Over geld hebben we het nooit”, sprak Sander 2. Vrolijkheid borrelde op. Tijdens de Jongeriusbijeenkomsten had ik tot nu toe veel bereidheid tot samenwerking beluisterd. Maar bijna altijd ging het om lokaal initiatief van gedreven medewerkers van gemeenten en zorgverzekeraars, die hun initiatief tot een succes probeerden te maken, in weerwil van schurende financieringsstelsels. Maar hier ging het over een initiatief, dat wordt geschraagd door structurele financiering – in de vorm van genoemde module sociale infrastructuur.

De borrel na afloop was in streekmuseum Twentse Welle, ook hartje Roombeek. Onder het oog van een mammoet, nu ja, het bewaarde gebeente van een mammoet, vertelde Hinke van de Werf over het Menzis-project “24 uur met …” Vierentwintig Menzis-medewerkers, onder wie Hinke zelf, brachten eerder dit jaar een etmaal door met een kwetsbare oudere of ouderpaar. Bedoeld om ouderen in hun kwetsbaarheid beter te begrijpen en de ouderenzorg te verbeteren. Mooi project. De rapportage 24 uur met … is via de zoekmachine zo gevonden. Daarin veel citaten, waaronder dit: “Mijn schoondochter brengt iedere ochtend warm eten, dat eet ik dan tussen de middag alleen op.”

Lieve schoondochter. Maar toch dat ene woord. Alleen. Terwijl ik terug spoorde vanuit Enschede gaf dat me te denken. Net als trouwens de rode schoenen van de wethouder. Wat zou ik zelf graag zulke schoenen durven dragen.

Otto van de Vijver (oud-journalist van o.a. Binnenlands Bestuur, werkt nu bij de gemeente Utrecht)

* Dit blog is de vierde van een serie Reflectieblogs naar aanleiding van de Inspiratiebijeenkomsten. Het blog geeft je een kijkje op de middag -ook al was je er niet bij-, prikkelt & zet aan tot verder nadenken over het versterken van de samenwerking.

 

print
Facebook Linkedin Email Twitter Google plus