Eerste reflectieblog 'Opstaan zonder vallen'

Eerste reflectieblog 'Opstaan zonder vallen'

Samenwerking van zorgverzekeraars en gemeenten. Een taai onderwerp, hadden de organisatoren van het ‘Jongerius overleg on tour’ mij voorgehouden. Toch de vraag: wil jij daar een blog over schrijven? Vooruit maar. Dus op woensdag 6 juli afgereisd naar Tilburg, het kantoor van zorgverzekeraar CZ, de eerste etappeplaats van de tour.
Het Jongerius overleg? Dat is het in 2014 begonnen overleg van directeuren van zorgverzekeraars en grote gemeenten, vernoemd naar de eerste vergaderlocatie, Villa Jongerius in Utrecht. Bedoeld om de samenwerking tussen beide partijen te verbeteren, ten behoeve van de Wmo-cliënt dan wel de zorg-patiënt. Want dat zijn nu eenmaal vaak hoedanigheden van eenzelfde persoon.

Nu is dit Jongeriusoverleg dus aan een tournee door het land begonnen, om een grotere groep medewerkers van gemeenten en zorgverzekeraars warm te maken voor samenwerking. Thema in Tilburg: preventie. De waarschuwing van de organisatoren ten spijt: het werd een alleszins verteerbare bijeenkomst.

‘Gewone mensen’ vertelden hun verhaal. Petra Snoeren bijvoorbeeld, jonge vrouw van 26 uit de Tilburgse Vogeltjesbuurt. Geïnterviewd door de Tilburgse wethouder Hans Kokke, vertelde zij over de ‘Fitte Vogels’, de beweeggroep uit de buurt waarvan zij lid was geworden. Ze kreeg ook adviezen van een voedingscoach. Ze viel af, en hoe. Van 152 kilo toen naar 92 kilo nu.

Ook Antoinette van de Rijk, die meedeed aan een leefstijlproject van de gemeente Tilburg en verzekeraar CZ, wilde van haar chronische overgewicht af. Ze werd zich bewust van aangeleerde patronen. Altijd je bord leeg eten: jong geleerd, oud verkeerd. Ze ging anders koken, en meer bewegen. Nee, niet sporten. “Ik haat sport tot in mijn tenen”. Ze nam een hond en neemt die nu drie, vier keer per dag mee uit wandelen.

Was preventie maar zo eenvoudig als in de voorbeelden van Petra en Antoinette. Twee problemen staan aan effectieve preventie in de weg, leerde ik van de deskundigen die aan het woord kwamen. Het eerste: de moeite die het kost om de mensen te bereiken voor wie preventie het hardste nodig is. Het tweede: de overlappende verantwoordelijkheden van zorgverzekeraar en gemeente.

Ien van de Goor, hoogleraar effectiviteit van individuele preventie, gaf uitleg. Toonde een foto van man met buik, hangend op de bank, pilsje in de hand. Voorbode van pakweg diabetes type 2. Maar de man is niet ziek, komt niet bij de huisarts, is ongevoelig voor de gezondheidsinformatie die vandaag-de-dag zo royaal over de burger wordt uitgestort. Want leefstijl wordt niet gestuurd door de ratio, aldus Van de Goor, maar door emotie. Hier is, by the way, het limbische brein de dominante factor, en niet de rationele neo-cortex.

 “Wij zijn niet van de primaire preventie, wel van de secundaire preventie”, had CZ-bestuurder Wim van der Meeren eerder in het programma gezegd. Hoogleraar Van de Goor sprak van enerzijds de collectieve preventie op grond van de Wet publieke gezondheid (gemeente). En anderzijds de individuele preventie, ‘geïndiceerd’ dan wel ‘zorg-gerelateerd’, op grond van de Zorgverzekeringswet (verzekeraar). Maar wie gaat er nu over de preventie van de Petra’s, de Antoinettes en de mannen met bierbuik in ons land? De hoogleraar riep gemeenten en zorgverzekeraars op samen te investeren in risicogroepen. Daar ligt een reële kans, zei ze. En wie weet kan aanpassing van wet- en regelgeving beide partijen een zetje in de rug geven.

Maar nee, wetgeving lost het samenwerkingsprobleem niet op, meende – bij monde van Hetty Dokter – het ministerie van VWS. Een zogenoemde ‘betaaltitel’ voor preventie in de Zorgverzekeringswet, waar de Tweede Kamer om heeft gevraagd, evenmin. Dokter bepleitte de vorming van ‘preventiecoalities’ van gemeenten en verzekeraars, die het ministerie zal ondersteunen met een informatieloket, een praktijkteam en – vanaf volgend jaar – cofinanciering.

 “We snuffelen aan elkaar, daar gaat veel moois uit voortkomen”,sprak CZ-voorzitter Van der Meeren optimistisch. Lokaal gebeuren er trouwens al veel mooie dingen, zo leerden de praktijkvoorbeelden die – als slot van deze touretappe – in vier workshops werden uitgediept. Het ging over leefstijlcoaches, over het terugdringen van overgewicht bij jongeren en over ‘leefkracht’.

 Zelf was ik (62, op weg naar de riskante leeftijd ) onlangs lelijk gevallen op de tennisbaan, dus leek de workshop over valpreventie een goede keuze. Elke vijf minuten wordt ergens in Nederland een oudere bij de spoedeisende hulp binnengereden met letsel na een val. Een jaarlijkse kostenpost van € 320 miljoen per jaar, alleen al voor directe zorg. Tel daarbij de kosten voor de gemeente op (meer hulp in de huishouding, meer begeleiding) en de preventiewinst ligt voor het oprapen. De gemeente Eindhoven start een valpreventie-pilot in samenwerking verzekeraar VGZ. “Wij betalen de pilotkosten. Daar doen we niet moeilijk over”, sprak de gemeente.

 Maar ook hier weer dezelfde vragen: Hoe bereik je de ouderen, voor wie valpreventie geboden is en hoe krijg je ze zover dat ze meedoen? En wie draait op voor de kosten als de (ongetwijfeld succesvolle) pilot reguliere praktijk moet worden?

 Voorlopig moet het van lokale initiatieven komen. Van creatieve ambtenaren en verzekeraars, die elkaar opzoeken. CZ-bestuursvoorzitter Van der Meeren (over leefstijl gesproken: elke ochtend 15 kniebuigingen en 30 push-ups) bood enige ruimte: “We moeten af en toe buiten de lijntjes kleuren.”

 Een statement dat hoop geeft.

 Otto van de Vijver (oud-journalist van o.a. Binnenlands Bestuur, werkt nu bij de gemeente Utrecht)

* Dit blog is de eerste van een serie Reflectieblogs naar aanleiding van de Inspiratiebijeenkomsten. Het blog geeft je een kijkje op de middag -ook al was je er niet bij-, prikkelt & zet aan tot verder nadenken over het versterken van de samenwerking.

Reacties


Reageren op dit artikel?


print
Facebook Linkedin Email Twitter Google plus